terug Code voor foto:
bovenrand bovenrand

Verkeersborden (bijlage van het RVV) Nederlands

onderrand verboden voor auto's verboden voor auto's Naar menu
Bord Eigen weg, en motorrijder
Wat zou dat bord toch betekenen?

De betekenis van de verkeersborden is vastgelegd in bijlage 1 van het RVV.

Hier staan die verkeersborden op een rijtje, met hun code en de officiële betekenis, en met extra uitleg.

 

Delen:

Op deze pagina:

A Snelheid

A1

Maximum snelheid

Dit bord zie je soms bij wijze van herinnering: wanneer je de bebouwde kom binnenrijdt bijvoorbeeld.

Maar het bord kan ook aangeven dat de maximum snelheid afwijkt van de maximum snelheden uit het RVV.

Wanneer het bord een afwijkende maximum snelheid aangeeft moet het na elk kruispunt of snelwegoprit herhaald worden. Zo'n herhaling hoeft niet perse door middel van dit bord worden gedaan; er kan ook een matrix-bord worden gebruikt.

 

A2

Einde maximum snelheid

Het bord hoeft niet geplaatst te worden wanneer er een bord met een andere maximum snelheid staat, en ook niet bij het verlaten van een snelweg of autoweg.

 

A3

Maximumsnelheid op een electronisch signaleringsbord

Ook matrixborden geven een maximum snelheid aan.

Op sommige matrixborden is de maximum snelheid voorzien van een rode ronde rand, om duidelijker te maken dat het niet om een adviessnelheid gaat maar om een maximum snelheid. Denk er aan dat ook de snelheden zonder zo'n rode rand op matrixborden maximum snelheden zijn!

 

A4

Adviessnelheid

Soms wordt de reden van de adviessnelheid aangegeven met een onderbord, of door dit bord te combineren met een gevarenbord (bijvoorbeeld voor een bocht).

 

A5

Einde adviessnelheid

Als het om een adviessnelheid gaat voor een gevaarlijke situatie (zoals een gevaarlijke bocht), wordt dit bord meestal niet geplaatst. Het is dan duidelijk dat de adviessnelheid na de bocht niet meer van toepassing is.

 

B Voorrang

B1

Voorrangsweg

Dit bord duidt aan dat je je op een voorrangsweg bevindt. aan alle bestuurders op een voorrangsweg moet voorrang worden verleend, of ze van links of van rechts komen.

Aan het verkeer dat een voorrangsweg nadert wordt duidelijk gemaakt door bord B6 of B7.

Je kunt aan de plaatsing van het voorrangsbord zien of je binnen of buiten de bebouwde kom bent.

  • Binnen de bebouwde kom staat het bord direct vóór zijwegen.
  • Buiten de bebouwde kom staat het bord op enige afstand na zijwegen (zodat bestuurders die uit zo'n zijweg komen weten dat ze zich op een voorrangsweg bevinden).

Buiten de bebouwde kom mag er op een voorrangsweg niet geparkeerd worden! (zie het RVV).

 

B2

Einde voorrangsweg

Vaak is er een onderbord dat aangeeft over hoeveel meter de voorrangsweg eindigt.

 

B3

Voorrangskruispunt

Net als bord B1 geeft dit bord aan dat aan alle bestuurders op deze weg voorrang verleend moet worden, maar bij dit bord geldt dat alleen voor het eerstvolgende kruispunt.

Met een onderbord kan worden aangegeven dat het voor meer dan één kruispunt geldt.

 

B4

Voorrangskruispunt Zijweg links

Als bord B3, maar in dit geval geldt dat alleen bestuurders die links het kruispunt naderen voorrang moeten verlenen.

 

B5

Voorrangskruispunt Zijweg rechts

Als bord B3, maar in dit geval geldt dat alleen bestuurders die rechts het kruispunt naderen voorrang moeten verlenen.

 

B6

Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg

De vorm van het bord, een omgekeerde driehoek, zorgt ervoor dat ook het verkeer op de kruisende weg (dat zich dus op een voorrangsweg of voorrangskruispunt bevindt) het bord kan herkennen. Dat is handig wanneer ze de borden B1, B3, B4 of B5 gemist hebben.

 

B7

Stop; verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg

Als B6, maar alle bestuuders moeten in dit geval stoppen voor ze de kruising oversteken of opdraaien.

Als er een stopstreep is getekend op de weg (in dwarsrichting), moeten bestuurders voor die stopstreep stoppen.

Vaak is er geen stopstreep, maar zijn er haaietanden op de weg getekend, die nogmaals aangeven dat er voorrang moet worden verleend (zie het RVV).

Ook dit bord heeft een afwijkende vorm, vanwege dezelfde reden als bij bord B6.

 

C Geslotenverklaring

C1

Gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee

De geslotenverklaring geldt voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren en vee, en dus niet alleen voor bestuurders.

Waar het om gaat is dat het niet alleen verboden is om zo'n weg in te rijden, maar ook om de weg te gebruiken. Ook stilstaan of parkeren geldt als gebruiken.

 

C2

Eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee

Dit bord wordt gebruikt in combinatie met bord C3 (voor het tegemoetkomende verkeer) en eventueel C4.

Je ziet het bord ook vaak bij opritten van snelwegen, met de tekst "Ga terug", ter voorkoming van spookrijders.

Met onderborden kunnen uitzonderingen worden gemaakt; zonder onderbord geldt hetzelfde als bij bord C1. Het gaat ook hier om het gebruik van de weg, en niet alleen om het inrijden.

 

C3

Eenrichtingsweg

Dit bord geeft eenrichtingsverkeer aan voor alle bestuurders. Bij de zijde die niet mag worden ingereden staat bord C2.

Het bord wordt bij kruispunten herhaald.

Ook hier kunnen weer uitzonderingen worden aangegeven met onderborden, bijvoorbeeld dat de weg voor fietsers wel van twee kanten toegankelijk is.

 

C4

Eenrichtingsweg

Dit bord staat tegenover een zijweg op een T-splitsing wanneer er eenrichtingsverkeer geldt.

Onderborden kunnen aangeven dat het eenrichtingverkeer niet geldt voor sommige categorieën bestuurders.

 

C5

Inrijden toegestaan

Wanneer het in een situatie onduidelijk is of in een weg eenrichtingverkeer geldt of niet, kan dit bord worden geplaatst om aan te geven dat de weg van beide kanten mag worden ingereden.

 

C6

Gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen

Dit verbod geldt voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en dus niet voor motoren. Wel weer voor motoren met zijspan.

Het zal vrijwel niet voorkomen, maar bromfietsen met zijspan mogen hier wel inrijden, omdat ze geen motorvoertuig zijn.

Voor brommobielen geldt daarentegen het verbod weer wel.

 

C7

Gesloten voor vrachtauto's

Het begrip vrachtauto staat beschreven in het RVV.

 

C7a

Gesloten voor autobussen

Het begrip autobus staat beschreven in het RVV.

 

C7a

Gesloten voor autobussen en vrachtauto's

Het begrip vrachtauto staat beschreven in het RVV.

Het begrip autobus staat beschreven in het RVV.

 

C8

Gesloten voor motorvoertuigen die niet sneller kunnen of mogen rijden dan 25 km/h

Dit verbod geldt niet voor fietsers, bromfietsers of snorfietsers, omdat dat geen motorvoertuigen zijn.

 

C9

Gesloten voor ruiters, vee, wagens, motorvoertuigen die niet sneller kunnen of mogen rijden dan 25 km/h en brommobielen alsmede fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen

Dit bord is een combinatie van de borden C8 en C15.

De geslotenverklaring geldt niet voor personen, ook niet als ze bijvoorbeeld een fiets aan de hand meevoeren.

 

C10

Gesloten voor motorvoertuigen met aanhangwagen

Ook opleggers vallen onder het begrip aanhangwagen (zie het RVV).

Het verbod geldt dus ook voor auto's met caravan bijvoorbeeld, en ook voor motoren met aanhanger. Het geldt niet voor fietsers en bromfietsers met aanhangwagen: dat zijn geen motorvoertuigen.

 

C11

Gesloten voor motorfietsen

Dit verbod geldt niet voor personenauto's of vrachtauto's en dergelijke, en ook niet voor trikes. Het geldt daarentegen wel voor motorfietsen met zijspan, en ook voor motoren met aanhangwagen.

Het geldt weer niet voor fietsers en bromfietsers.

Lopend een motor aan de hand meevoeren mag daarentegen wel.

 

C12

Gesloten voor alle motorvoertuigen

In dit geval speelt het aantal wielen geen rol, en ook niet de vraag of er al dan niet een aanhangwagen is. Het verbod geldt simpelweg voor alle motorvoertuigen.

Het verbod geldt dus niet voor wie lopend een motorfiets aan de hand meevoert.

 

C13

Gesloten voor bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen, met in werking zijnde motor

Dit bord geldt ook voor bromfietsen en snorfietsen waarvan de motor buiten werking is gesteld, en die dus als fiets worden gebruikt.

Voor gehandicaptenvoertuigen geldt het verbod alleen als die van een motor voorzien zijn en die motor is niet buiten werking gesteld.

Lopend een bromfiets aan de hand meevoeren mag dus wel.

 

C14

Gesloten voor fietsen en voor gehandicaptenvoertuigen zonder motor

Dit bord geldt voor fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor. Een bromfiets mag hier wel inrijden, ook als de motor buiten werking is gesteld, omdat een bromfiets ook dan geen fiets is.

Een gehandicaptenvoertuig mag hier dus alleen inrijden wanneer het van een motor is voorzien.

Wat weer wel is toegestaan is de fiets lopend aan de hand meevoeren.

 

C15

Gesloten voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen

Bij dit bord maakt het niet uit of de motor van een bromfiets al dan niet buiten werking is gesteld. Iets dergelijks geldt voor gehandicaptenvoertuigen: of ze al dan niet van een motor zijn voorzien doet niet ter zake.

Dit bord is een combinatie van de borden C13 en C14. Een fiets aan de hand meevoeren mag dus wel.

 

C16

Gesloten voor voetgangers

Dit bord geldt ook voor personen die een voertuig aan de hand meevoeren.

 

C17

Gesloten voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord is aangegeven

De maximum lengte geldt ook voor samengestelde voertuigen, voor vrachtwagens inclusief oplegger of aanhanger bijvoorbeeld, en voor auto's inclusief caravan.

Het bord wordt vaak geplaatst bij smalle weggetjes met scherpe bochten.

 

C18

Gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord is aangegeven

De breedte wordt inclusief de lading gemeten.

 

C19

Gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord is aangegeven

Ook de hoogte wordt inclusief de lading gemeten.

Het bord wordt vaak voor viaducten of tunnels geplaatst, en de maximum hoogte die wordt aangegeven is dan 20 cm minder dan de vrije doorgang.

 

C20

Gesloten voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord is aangegeven

De aslast is: de som van de wieldrukken van de wielen van één as van het voertuig.

De aslast van vrachtauto's en bussen staan vermeld in het kentekenbewijs.

Het bord wordt geplaatst bij bruggen en dijken en dergelijke, die niet te zwaar mogen worden belast.

 

C21

Gesloten voor voertuigen en samenstellen van voertuigen, waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord is aangegeven

Onder totaalmassa wordt verstaan: de som van de wieldrukken van alle wielen van het voertuig. De totaalmassa van motorvoertuigen staan in het kentekenbewijs.

 

C22

Gesloten voor voertuigen met bepaalde gevaarlijke stoffen

Dit bord kan voor tunnels staan. Een onderbord geeft met een symbool aan tot welke categorie een tunnel behoort. Er wordt met bord K14 aangegeven wat dete volgen route is voor vervoer van gevaarlijke stoffen.

 

C22a

Gesloten voor vrachtauto's die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d

In milieuzones zijn alleen nog vrachtauto's toegestaan die aan bepaalde milieueisen voldoen. Doel ervan is om de luchtkwaliteit in binnensteden te verbeteren.

 

C22b

Einde geslotenverklaring voor vrachtauto's die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d

 

C23-01

Spitsstrook open

Dit bord geeft aan dat, in verband met grote drukte in de spits, een extra rijstrook is opengesteld als spitsstrook. Dit is meestal de rechts gelegen vluchtstrook, maar het kan ook gaan om een rijstrook aan de linkerkant.

Je mag over de doorgetrokken streep rijden om de spitsstrook te bereiken.

Het bord kan worden voorzien van een onderbord met de tekst: "Spitsstrook open".

 

C23-02

Spitsstrook vrijmaken

Dit bord betekent dat de spitsstrook verlaten moet worden. Om de spitsstrook vrij te maken mag je over de doorgetrokken streep rijden.

Het bord kan zijn voorzien van een onderbord met de tekst: "Spitsstrook vrijmaken".

Uiteraard is het zaak om extra op te letten bij dit bord: verkeersdeelnemers moeten invoegen en dat zal gepaard gaan met veel rijstrookwisselingen.

 

C23-03

Einde spitsstrook

Dit bord geeft aan dat de spitsstrook gesloten is. Het bord kan worden voorzien van een onderbord met de tekst: "Einde spitsstrook".

 

D Rijrichting

D1

Rotonde; verplichte rijrichting

Dit bord staat op wegen die naar een rotonde toeleiden, en het kan op de rotonde zelf herhaald worden. Op afstand voor dit bord kan bord J9 staan.

Vlak voor een rotonde geldt dat bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen niet meer op de rechterzijde van de rijbaan hoeven te rijden (ze mogenm dus voorsorteren), en vlak voor de rotonde mag er ook rechts worden ingehaald.

 

D2

Gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft

Dit bord staat aan het begin van een middengeleider, zoals een vluchtheuvel. Het geldt voor alle bestuurders.

Binnen de bebouwde kom is er vaak rond de paal van het bord een reflecterende gele koker geplaatst.

 

D3

Bord mag aan beide zijden worden voorbijgegaan

Ook dit bord staat aan het begin van een middengeleider, maar in dit geval mogen bestuurders er aan beide zijden voorbij gaan.

 

D4

Gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven

Het bord staat voor een kruispunt, en geeft in feite aan dat het verboden is links- of rechtsaf te slaan.

 

D5

Gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven

Het bord geeft in feite aan dat het verboden is om linksaf te slaan of rechtdoor te gaan.

 

D6

Gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord zijn aangegeven

Het bord geeft in feite aan dat het verboden is om linksaf te slaan.

 

D7

Gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord zijn aangegeven

Het bord geeft in feite aan dat het verboden is om rechtdoor te gaan.

 

E Parkeren en stilstaan

E1

Parkeerverbod

Parkeren is: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen, zie het RVV.

Dit bord geldt alleen voor de zijde waar het geplaatst is. En het geldt ook niet voor parkeerhavens of parkeerstroken aan die zijde, of voor het plaatsen van fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen op het trottoir.

Parkeren in de berm van een zijde van de weg waarvoor dit verbod geldt is niet toegestaan.

 

E2

Verbod stil te staan

Onder stilstaan valt zowel kort als lang stilstaan, ongeacht voor welk doel. Parkeren valt er dus (uiteraard) ook onder.

Verder geldt hetzelfde als voor bord E1: het geldt alleen voor de zijde van de weg waarop het is geplaatst, het geldt niet voor parkeerhavens of parjeervakken, en het geldt wel voor de berm.

 

E3

Verbod fietsen en bromfietsen te plaatsen

Fietsen en bromfietsen moeten, volgens het RVV geplaatst worden op het trottoir, op het voetpad of in de berm. Met dit bord kan het plaatsen op die plekken verboden worden.

Het bord staat op plekken waar zonder dat verbod de doorgang voor voetgangers belemmerd zou worden.

Het verbod geldt niet voor gehandicaptenvoertuigen.

 

E4

Parkeergelegenheid

Het bord kan aan het begin staan van een parkeerhaven of parkeerstrook, of verwijzen naar een parkeerterrein.

 

E5

Taxistandplaats

Dit bord houdt een parkeerverbod in, behalve voor taxi's.

 

E6

Gehandicaptenparkeerplaats

Dit is een parkeerverbod voor andere voertuigen dan gehandicaptenvoertuigen.

Een gehandicaptenvoertuig is een voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is, zie het RVV.

Het bord kan zijn voorzien van een onderbord met kenteken; in dat geval mag alleen het voertuig met dat kenteken op die plaats parkeren.

 

E7

Gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen

Hier mag een voertuig alleen tot stilstand komen om onmiddellijk te laden of te lossen, of personen te laten in- of uitstappen.

 

E8

Parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie of groep voertuigen die op het bord is aangegeven

Met dit bord worden categorieën voertuigen van elkaar gescheiden: voor éé categorie geldt dan geen parkeerverbod.

 

E9

Parkeergelegenheid alleen bestemd voor vergunninghouders

Dit bord geldt voor de zijde van de weg waar het is geplaatst, en is een verbod op parkeren, behalve voor vergunninghouders.

Een onderbord kan specificeren op welk gedeelte het bord geldt.

 

E10

Parkeerschijf-zone met verplicht gebruik van parkeerschijf, tevens parkeerverbod indien er langer wordt geparkeerd dan de parkeerduur die op het bord is aangegeven

In een parkeerschijfzonde:

  • moet een motorvoertuig voorzien zijn van een duidelijk zichtbare parkeerschijf,
  • moet op de parkeerschijf het tijdstip zijn aangegeven waarop het parkeren is begonnen,
  • mag het einde van de toegestane parkeerduur niet zijn verstreken.

 

E11

Einde parkeerschijf-zone met verplicht gebruik van parkeerschijf

 

E12

Parkeergelegenheid ten behoeve van overstappers op het openbaar vervoer

Het bord kan gebruikt worden om een dergelijke parkeervoorziening aan te duiden en om er naar te verwijzen (met een onderbord dat aangeeft waar de voorziening gevonden kan worden).

 

E13

Parkeergelegenheid ten behoeve van carpoolers

Ook dit bord kan een parkeergelegenheid voor carpoolers aanduiden of er naar verwijzen.

 

F Overige geboden en verboden

F1

Verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen

Dit bord geldt voor alle motorvoertuigen, dus ook voor motorfietsen.

 

F2

Einde verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen

 

F3

Verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen

Vrachtauro's mogen hier geen motorvoertuigen inhalen (dus ook geen motorfietsen).

Bussen vallen niet onder de vrachtauro's, en mogen hier dus wel inhalen.

 

F4

Einde verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen

 

F5

Verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting

Dit bord hoort bij F6, dat aan de andere kant van de doorgang staat. De borden staan vaak bij wegversmallingen of obstakels.

Het bord regelt dus niet alleen de voorrang wanneer twee voertuigen tegelijkertijd naderen zoals sommige mensen denken: wie dit bord ziet, en verkeer van de andere kant ziet naderen, moet wachten tot dat verkeer langs de doorgang is gereden.

 

F6

Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan

Dit bord hoort bij B5, en zegt dat bestuurders van de andere kant het verkeer uit deze richting voor moeten laten gaan.

 

F7

Keerverbod

Dit bord geldt voor alle motorvoertuigen, en dus ook voor motorfietsen.

 

F8

Einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden

Dit bord zie je vooral bij het einde van tijdelijk ingestelde verboden, en het geldt alleen voor verbodsborden.

 

F9

Einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden en adviezen op een electronisch signaleringsbord

Dit bord geldt niet alleen voor verbodsborden, maar ook voor verboden op elektronische signaleringsborden (matrixborden).

 

F10

Stop. In het bord kan worden aangegeven door wie of waarom het bord wordt toegepast

 

G. Verkeersregels

G1

Autosnelweg

Een autosnelweg heeft gescheiden rijbanen, ongelijkvloerse kruispunten, en vloeiend verlopende toe- en afritten.

Langs autosnelwegen gelegen parkeerplaatsen maken geen deel uit van de autosnelweg (zie het RVV).

 

G2

Einde Autosnelweg

 

G3

Autoweg

Net als bij snelwegen maken langs de autoweg gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen geen deel uit van de autoweg.

Autowegen hebben geen uitritten; overpaden zijn bij hoge uitzondering toegestaan voor agrarisch verkeer. Bij kruispunten zijn opstelvakken voor linksafslaand verkeer.

 

G4

Einde autoweg

 

G5

Erf

Voor wat een erf is, zie artikel 44, artikel 45en artikel 46 van het RVV.

 

G6

Einde erf

 

G7

Voetpad

Een voetpad mag gevolgd worden door:

  • Voetgangers,
  • Personen die de regels van voetgangers in acht moeten nemen.

Dat betekent dat een voetpad ook toegankelijk is voor wie een fiets, bromfiets of motorfiets aan de hand meevoert.

Bestuuders van gehandicaptenvoertuigen mogen ook op een voetpad komen.

 

G8

Einde voetpad

 

G9

Ruiterpad

Ruiters zijn verplicht gebruik te maken van een ruiterpad.

Als er geen ruiterpad is moeten ze de berm of de rijbaan gebruiken.

 

G10

Einde ruiterpad

 

G11

Verplicht fietspad

Als het verplichte fietspad aan één zijde van de weg ligt zullen fietsers moeten oversteken.

In zo'n geval staat er meestal een waarschuwingsbord voor het verkeer op de weg.

 

G12

Einde verplicht fietspad

Waar het verplichte fietspad ophoudt moeten fietsers gebruik gaan maken van de rijbaan.

 

G12a

Fiets/bromfietspad

Hiervoor geldt hetzelfde als voor het verplichte fietspad, maar nu geldt het ook voor bromfietsen.

 

G12b

Einde fiets/bromfietspad

 

G13

Onverplicht fietspad

In tegenstelling tot op het verplichte fietspad mogen snorfietsen met ingeschakelde motor hier niet rijden.

 

G14

Einde onverplicht fietspad

 

H. Bebouwde kom

H1

Bebouwde kom

Dit bord komt meestal voor in combinatie met bord A1, met een maximum snelheid van 50 km/u. Er kan ook een andere snelheid worden aangegeven: 30 of 70.

 

H2

Einde bebouwde kom

 

J. Waarschuwing

J1

Slecht wegdek

Wanneer het gebrek of de gebreken aan het wegdek slecht zichtbaar zijn wordt vaak een aanduiding gegeven waar het om gaat met een onderbord.

 

J2

Bocht naar rechts

Vaak is er een onderbord met adviessnelheid.

 

J3

Bocht naar links

 

J4

S-bocht(en), eerst naar rechts

 

J5

S-bocht(en), eerst naar links

 

J6

Steile helling

Het bord staat op het laagste punt van de helling.

 

J7

Gevaarlijke daling

Het bord staat op het hoogste punt van de helling.

 

J8

Gevaarlijk kruispunt

Weggebruikers moeten er aan denken dat ze het kruispunt niet mogen blokkeren. Anticiperen dus.

 

J9

Rotonde

Dit bord staat op de toeleindende wegen van een rotonde.

 

J10

Overweg met slagbomen

Het gaat hier om een spoorweg- of tramwegover4gang met beweegbare afsluitingen of halve overwegbomen.

 

J11

Overweg zonder slagbomen

De spoorweg- of tramwegovergang die je nadert is niet voorzien van beweegbare afsluitingen.

 

J12

Overweg met enkel spoor

 

J13

Overweg met twee of meer sporen

 

J14

Tram(kruising)

 

J15

Beweegbare brug

 

J16

Werk in uitvoering

 

J17

Rijbaanversmalling

 

J18

Rijbaanversmalling rechts

 

J19

Rijbaanversmalling links

 

J20

Slipgevaar

 

J21

Kinderen

 

J22

Voetgangersoversteekplaats

 

J23

Voetgangers

 

J24

Fietsers en bromfietsers

 

J25

Losliggende stenen

 

J26

Kade of rivieroever

 

J27

Groot wild

 

J28

Vee

 

J29

Tegenliggers

 

J30

Laagvliegende vliegtuigen

 

J31

Zijwind

 

J32

Verkeerslichten

 

J33

File

 

J34

Ongeval

 

J35

Slecht zicht door sneeuw, regen of mist

 

J36

IJzel of sneeuw

 

J37

Gevaar (de aard van het gevaar is aangegeven op het onderbord

 

J38

Verkeersdrempel

 

J39

elektrische in- en uitschuifbare paal

Waarschuwing voor elektrische in- en uitschuifbare paal in de rijbaan (poller) waarmee toegankelijkheid van straten en gebieden kan worden geregeld.

 

K. Bewegwijzering

K1

Lage beslissingwegwijzer langs autosnelweg voor de doorgaande richting, met interlokale doelen en routenummer autosnelweg

 

K2

Voorwegwijzer langs autosnelweg voor de afgaande richting, met afstandaanduiding, interlokale doelen (bovenste doel = afritnaam), verwijzing naar vliegveld/luchthaven en routenummer niet-autosnelweg

 

K3

Beslissingswegwijzer langs autosnelweg voor de afgaande richting naar een verzorginsgsplaats, met de naam van de parkeerplaats en symbolen die de aard van de voorzieningen aangeven

 

K4

Hoge beslissingswegwijzer langs autosnelweg met rijstrookpaneel voor de doorgaande richting en aftakkingspaneel voor de afgaande richting, met interlokale doelen, routenummers autosnelwegen en Europese hoofdroutes

 

K5

Voorwegwijzer langs niet-autosnelweg, met interlokale doelen, routenummers, viaductsymbool en aanduiding industrieterrein

 

K6

Beslissingswegwijzer langs niet-autosnelweg met interlokale doelen en routenummer niet-autosnelweg

 

K7

Wegwijzer voor fietsers en bromfietsers (handwijzer), met lokaal doel, interlokaal doel, stedelijk fietsroutenummer (boven), en met interlokale doelen en interlokaal fietsroutenummer (onder)

 

K8

Wegwijzer voor fietsers en bromfietsers (stapelbord), met interlokale doelen en een via een alternatieve route te bereiken doel (cursief)

 

K9

Omleiding. Maatregel op voorwegwijzer langs niet-autosnelweg

 

K10

Voorwegwijzer binnen de bebouwde kom met interlokaal doel, lokaal doel, een dagrecreatiecentrum, objecten en stadsroutenummers

 

K11

Voorsorteren op niet-autosnelweg. Bord met interlokale doelen, routenummers en verwijzing naar autosnelweg

 

K12

Wijkwegwijzer binnen de bebouwde kom, met wijknamen (in verkeersgebieden)

 

K13

Wijkwegwijzer binnen de bebouwde kom, met wijknummers (in verkeersgebieden)

 

K14

Route voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen

 

L. Informatie

L1

Hoogte onderdoorgang

 

L2

Voetgangersoversteekplaats

 

L3

Bushalte/tramhalte

 

L4

Voorsorteren

 

L5

Einde rijstrook

 

L6

Splitsing

 

L7

Aantal doorgaande rijstroken

 

L8

Doodlopende weg

 

L9

Vooraanduiding doodlopende weg

 

L10

Vooraanduiding verkeersmaatregel voor de aangegeven richting

 

L11

Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook/rijstroken

 

L12

Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook

 

L13

Verkeerstunnel

 

L14

Vluchthaven

 

L15

Vluchthaven voorzien van een noodtelefoon en brandblusapparaat

 

L16

Noodtelefoon

 

L17

Brandblusapparaat

 

L18

Noodtelefoon en brandblusapparaat

 

L19

Dichtstbijzijnde uitgang of twee dichtstbijzijnde uitgangen in de op het bord aangegeven richting en afstand

 

Commentaar, FAQ, op een aparte pagina

 

Zoeken op deze site

Delen: